}

Lichtbreking

Vuurtorens danken hun naam aan de vuren die vroeger branden om schepen in de nacht te helpen hun weg te vinden.De Brandaris op Terschelling is de oudste vuurtoren in Nederland.
Het was ook de eerste vuurtoren die in 1907 een elektrisch licht kreeg. 
Binnenin een vuurtoren zitten enorme lenzen die het licht bundelen tot een felle en heldere lichtstraal die op kilometers afstand te zien is.

Groep: 6 t/m 8
Kerndoel: 42
Onderwerp: licht
Benodigd materiaal:

·         4 Laserpennen, vaak hebben afstandsbedieningen van beamers ook een laser.

·         6 Wijnglazen, goedkoop en goed bij de HEMA [per 6 verpakt]

·         Beetje Melk, bijvoorbeeld een cupje koffiemelk

·         2 rechte glazen, longdrinkglazen

·         doosje paperclips een paar pennen, bijvoorbeeld van big.

·         Stevige plastic zakjes, afsluitbare diepvrieszakjes zijn handig

·         3 potloden, net geslepen.

Voorbereiding: materiaal verzamelen
Tijdsduur: 90 minuten
Bijzonderheden: -

Les:

Lichtbreking en weerkaatsing

Licht is overal om ons heen, tenminste wanneer de zon schijnt. Waarschijnlijk brandt er nu in jouw lokaal ook licht, tl-licht. Door dat licht kunnen wij zien. Maar wat is licht eigenlijk? Kan je licht beetpakken? Kan je licht breken? Over licht valt veel te vertellen en te ontdekken. In deze les ga je een aantal eigenschappen van licht zien.

Als mensen rekenen we erg op onze ogen. Zo erg dat wanneer we geen licht van de zon hebben we allerlei andere manieren gebruiken, zoals lampen of kaarsen om toch goed te kunnen zien. We noemen dat een kunstmatige lichtbron.

1.

Noem drie verschillende lichtbronnen die je zelf ‘s avonds thuis gebruikt. Je mag ook andere lichtbronnen noemen wanneer je die kent.

................................................................................................................................................

................................................................................................................................................

2.

Vergelijk je antwoorden met een klasgenoot. Kunnen jullie er samen meer dan drie noemen?

.............................................................................................................................................

.............................................................................................................................................

In deze les gaan we een aantal eigenschappen van licht ontdekken met zes experimenten. Je werkt in groepjes van twee of drie. Elk groepje doet alle zes de experimenten, maar de volgorde maakt niet uit. Als je klaar bent met een experiment kijk je even bij welk volgend experiment plaats is en ga

je daar mee verder. Zijn alle andere experimenten bezet, dan wacht je even totdat er eentje vrij is.

experiment 1

Het licht van een laser kan gevaarlijk zijn voor je ogen dus kijk goed uit waar je de laser op richt.

Voor je staat een longdrinkglas met water en een paar druppels melk en een laser. Schijn om de beurt met de laser door het glas op drie verschillende posities. Zorg ervoor dat de laserstraal altijd de zelfde richting op gaat zodat de stralen in de verschillende posities parallel aan elkaar lopen. Bekijk het glas van boven zodat je kunt zien wat er gebeurt wanneer de laserstraal:

Teken hieronder met een rood potlood hoe de lichtstralen verder lopen.

3.

Buigen de lichtstralen altijd de zelfde richting op?

.............................................................................................................................................

.............................................................................................................................................

experiment 2

Het licht van een laser kan gevaarlijk zijn voor je ogen dus kijk goed uit waar je de laser op richt.

Voor je staat een longdrinkglas met water en een paar druppels melk en een laser. Richt nu de laser van onder schuin omhoog tegen het wateroppervlakte. LET GOED OP DE OGEN!

4.            Wat gebeurt er met de lichtstraal? Had je dat verwacht?

……………………….……………………………………………………………………………

5.             Wat valt je op aan de richting van de lichtstraal en de weerkaatste lichtstraal?

.......……………………….…………………………………………………………………………………...................

……………………….…………………………………………………………………………………..........................

 

6.           Waarmee kan je het wateroppervlakte vergelijken?

……………………….………………………………………………………………………………….........................

experiment 3

Pak de plasticzak en vul deze met water, er mag nog wat lucht in de zak zitten. Doe het stripje aan de bovenkant goed dicht. Houd de zak boven de gootsteen en pak het scherp geslepen potlood en steek deze door de zak.

 

7.           Beschrijf hoe het potlood eruit ziet wanneer je het recht omhoog steekt.

 ……………………….…………………………………………………………………………………....................

……………………….………………………………………………………………………………….....................

 

8.            Hoe ziet het potlood eruit wanneer je het schuin in de zak steek

.……………………….…………………………………………………………………………………...........

……………………….…………………………………………………………………………………............

9             Maakt het nog uit hoe schuin je het potlood in de zak steekt?

……………………….……………………………………………………………………………….

…………………………………………………………………………………………………………


experiment 4
Leg het wijnglas op z’n kant en lees door de steel de volgende tekst:

KOOLSTOFDIOXIDE

10.       Schrijf het woord op zoals je het door de steel van het wijnglas ziet. Wat valt je op?

……………………….…………………………………………………………………………………….............................

……………………….……………………………………………………………………………………..............................

 

11.            Overleg met een klasgenoot om uit te leggen hoe dat kan. Schrijf hieronder op wat er volgens jullie gebeurt is. Het plaatje hieronder kan helpen.

 

……………………….…………………………………………………………………….……………....................

 

 

……………………….………………………………………………………………………………….....................

experiment 5

Vul het wijnglas met water. Ga tegenover een klasgenoot zitten en houdt het wijnglas met gestrekte armen op ooghoogte tussen jullie in.

12.          Ziet je klasgenoot er gewoon uit? Wat is er anders?

……………………….…………………………………………………………………………

 

13.          Doe nu het zelfde als hierboven maar beweeg nu het wijnglas van neus tot neus. Is het beeld dichtbij het zelfde als veraf?

……………………….……………………………………………………………………………………............

……………………………….……………………………………………………………………………............

 

14.           Probeer met het plaatje bij proef te verklaren wat er is gebeurt. Overleg met elkaar.

……………………….…………………………………………………………………………………….......................

…………………………………….……………………………………………………………………….......................

experiment 6 

Wanneer lichtstralen zo gebogen worden dat ze elkaar gaan kruisen hebben we een lens. Een lens is handig om dingen die klein zijn te vergroten. We gaan nu heel eenvoudig zelf zo’n lens maken.

15.   Wat valt je op wanneer je met je druppellens de balk hieronder van links naar rechts bekijkt?


...........................................................................................................

 

Let op! De druppellens heb je nog nodig voor de thuisopdracht dus bewaar deze goed!

Thuisopdracht

 

Neem je druppellens mee naar huis en bekijk het tv-scherm eens goed? Teken hieronder wat je dan ziet.

 

Bron: https://docplayer.nl/7487516-Lichtbreking-en-weerkaatsing.html